ECLI:NL:CRVB:2005:AT5185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen schorsing WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant kreeg op 3 juli 2002 een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij zijn WAO-uitkering werd geschorst wegens werkzaamheden als zelfstandige en het niet aanleveren van jaarstukken. Na een bezwaarprocedure werd de schorsingsdatum gewijzigd naar 1 augustus 2002. Appellant deed op 21 september 2002 een mededeling aan de rechtbank Rotterdam die werd gezien als intrekking van zijn beroep, waarna de rechtbank het beroep als ingetrokken beschouwde.
Later verzocht appellant op 4 november 2002 alsnog om behandeling van zijn beroep, wat door de rechtbank werd aangemerkt als een nieuw beroep tegen het besluit op bezwaar. Dit werd echter niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de intrekking van het beroep door appellant niet ongedaan kon worden gemaakt omdat geen sprake was van omstandigheden die hem niet konden worden toegerekend of dwang of bedrog. Ook was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom werd de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.