ECLI:NL:CRVB:2005:AT5027
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser heeft bij verweerster een verzoek ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te komen voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseert zijn aanvraag op gezondheidsklachten die volgens hem voortkomen uit gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam, waaronder een huiszoeking waarbij hij werd bedreigd met een geweer, en het getuige zijn van een neerschieten en een executie.
Verweerster heeft het verzoek afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat eiser persoonlijk is getroffen door oorlogsgeweld. De Raad bevestigt deze afwijzing en overweegt dat de huiszoeking gericht was op het vorderen van arbeidskrachten en dat de gedragingen van Duitse soldaten weliswaar intimiderend waren, maar niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de Wet.
Daarnaast acht de Raad het onwaarschijnlijk dat een kind van amper twee jaar bewust getuige kon zijn van het neerschieten en de executie, waardoor ook op dat punt onvoldoende aannemelijkheid bestaat. De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat eiser persoonlijk is getroffen door oorlogsgeweld.