ECLI:NL:CRVB:2005:AT4947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoudsbijdrage voor kind in buitenland
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin werd bevestigd dat hij geen kinderbijslag ontvangt voor zijn kind dat in Marokko woont. De kern van het geschil is of appellant heeft voldaan aan de voorwaarde van de Algemene Kinderbijslagwet dat hij het kind in belangrijke mate onderhoudt.
Volgens vaste jurisprudentie moet de onderhoudsbijdrage worden aangetoond door middel van eenvoudig controleerbare bewijzen, zoals internationale postwissels of bankoverschrijvingen op naam van de verzorgende persoon. Contante betalingen worden niet als controleerbaar beschouwd.
Appellant heeft verklaard dat zijn vader contant geld naar Marokko heeft gebracht, maar dit is volgens de Raad onvoldoende bewijs. Daarom oordeelt de Raad dat appellant niet heeft aangetoond dat hij de vereiste bijdrage heeft geleverd en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.