ECLI:NL:CRVB:2005:AT4898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellant ontving vanaf 31 januari 1995 een bijstandsuitkering, die in 1996 werd omgezet in een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na onderzoek door de sociale recherche bleek dat appellant tussen 1 september 1996 en 12 februari 2002 werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65 Abw Pro inhoudt.
Het College van burgemeester en wethouders van Zaanstad besloot daarom op 4 maart 2002 de bijstandsuitkering te herzien en de kosten van bijstand terug te vorderen. Na bezwaar werd de uitkering ingetrokken en de terugvordering beperkt tot 13 februari 2002. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, met name voor de periode voor 1 juli 1997, maar handhaafde de intrekking en terugvordering vanaf die datum.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze beslissing. Appellant erkende de werkzaamheden, maar gaf geen inzicht in de omvang of inkomsten, en stelde dat hij door dyslexie administratief niet toerekeningsvatbaar was. De Raad verwierp dit argument en oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van kosten worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.