ECLI:NL:CRVB:2005:AT4855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afwijzing benoeming universitair hoofddocent op grond van discretionaire bevoegdheid
Appellant, universitair docent aan de Technische Universiteit Delft, verzocht om benoeming tot universitair hoofddocent op basis van een gecombineerde functie die hoge motivatie en inzet vereiste. Het verzoek werd door de universiteit afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het eerste besluit en beval een heroverweging. Na een nieuw besluit bleef de afwijzing in stand, waarop appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de waardering van appellant's functioneren, hoewel op enkele punten betwist, voldoende is onderbouwd en dat appellant niet voldeed aan de door de universiteit opgestelde zeven benoemingscriteria voor UHD. De discretionaire bevoegdheid van de universiteit om te beoordelen of een docent in aanmerking komt voor bevordering werd benadrukt, waarbij de rechterlijke toetsing terughoudend is.
Appellant voerde aan dat zijn beperkte onderzoeksactiviteiten en publicaties te wijten waren aan zijn bijzondere onderwijsverplichtingen, maar de Raad vond dit onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk dat hem niet de ruimte was geboden voor bredere ontwikkeling. Ook het feit dat delen van zijn functie eerder door UHD’en werden vervuld, leidde niet tot een ander oordeel. De Raad verklaarde het bestreden besluit rechtmatig en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de benoeming tot universitair hoofddocent blijft in stand.