ECLI:NL:CRVB:2005:AT4842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning WAZ-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35 procent
Appellant, werkzaam als bloemist sinds 1979, viel op 1 augustus 1999 uit wegens hartklachten, varices en allergie. Gedaagde kende hem op 7 november 2000 een WAZ-uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 16 januari 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapportages van 28 juni 2002 als doorslaggevend beschouwde. De cardioloog concludeerde dat appellant op de datum van toekenning in staat was de geduide functies te verrichten. De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellant binnen het belastbaarheidspatroon de functies kon vervullen.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe argumenten aan die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hoewel er enige twijfel bestond over de geschiktheid voor een specifieke functie, waren er voldoende andere functies waarop de schatting gebaseerd kon worden. De Raad zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd op 26 april 2005 in het openbaar uitgesproken door mr. J.W. Schuttel, met griffier J.W. Engelhart.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van de WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.