ECLI:NL:CRVB:2005:AT4820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellant ontving een WAO-uitkering vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het besluit ongegrond. In hoger beroep voert appellant aan dat zijn beperkingen niet juist zijn ingeschat en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige benoemde.
De Raad oordeelt dat de voorgehouden functies medisch niet passend zijn omdat appellant slechts een half uur aaneengesloten kan zitten, terwijl functies een uur vereisen. De wijziging in belastbaarheid door verzekeringsarts Hoffman wordt niet gesteund door zijn eigen rapport. De medische grondslag is voldoende, maar de arbeidskundige onderbouwing ontbreekt, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.