ECLI:NL:CRVB:2005:AT4619
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiseres, geboren in 1943 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in april 2003 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting met haar moeder en broers en zussen in het kamp Dinoyo verbleef nadat haar vader gevangen was genomen.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet. Volgens de Wet wordt onder vervolging verstaan: handelingen of maatregelen van de vijandelijke bezettende macht gericht tegen personen op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing of Europese afkomst, die leiden tot vrijheidsberoving in concentratiekampen of gevangenissen met beoogde beëindiging van het leven of permanente bewaking.
Uit de stukken bleek dat het kamp Dinoyo een verblijfplaats was voor dakloze vrouwen en kinderen zonder middelen van bestaan en niet wordt beschouwd als vrijheidsberoving in de zin van de Wet. Een verklaring van de moeder over de locatie van het kamp werd niet ondersteund door documentatie. De Raad concludeerde dat eiseres geen vervolging in de zin van de Wet had ondergaan en wees het beroep af. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat zij vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.