ECLI:NL:CRVB:2005:AT4589
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Eiser heeft meerdere keren een verzoek ingediend om erkend te worden als burgeroorlogsslachtoffer en in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn verzoeken op gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië.
De Pensioen- en Uitkeringsraad heeft deze verzoeken steeds afgewezen omdat uit medisch onderzoek bleek dat eiser geen blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit had als gevolg van het oorlogsgeweld. Eiser maakte geen bezwaar tegen eerdere besluiten, die daardoor rechtens verbindend werden. Bij een hernieuwde aanvraag in 2002 werd het verzoek opnieuw afgewezen, waarbij de Raad oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot herziening van eerdere besluiten konden leiden.
De Raad overwoog dat het doormaken van stress in de prenatale fase niet als een gebeurtenis in de zin van de Wet kan worden beschouwd. Ook de erkenning van andere gezinsleden als slachtoffers betekent niet automatisch erkenning voor eiser, aangezien elke aanvraag op eigen medische merites wordt beoordeeld. De medische adviezen concludeerden dat de psychische klachten van eiser niet causaal verband houden met de oorlogservaringen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en vond geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten. De Raad bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot erkenning en uitkering op grond van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit.