ECLI:NL:CRVB:2005:AT4545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maandelijkse aflossing op schuld ondanks invoering euro
Appellant was verplicht een bedrag van ƒ 56.202,23 terug te betalen aan de gemeente Arnhem, vastgesteld bij een beschikking van de rechtbank in 1997. In 2001 werd een maandelijkse aflossing van ƒ 141,-- vastgesteld. Appellant maakte bezwaar tegen deze aflossing, stellende dat de vordering niet meer rechtsgeldig was omdat deze in guldens was gesteld en de gulden geen wettig betaalmiddel meer was sinds de invoering van de euro.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het bezwaar ongegrond had verklaard. De Raad bevestigde dat het continuïteitsbeginsel van artikel 3 van Pro EG-Verordening 1103/97 inhoudt dat de invoering van de euro geen wijziging brengt in bestaande rechtsinstrumenten die de gulden noemen.
De Raad wees ook het verweer van appellant af dat de bezwaarcommissie niet op de hoogte was van zijn brief. Er was geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad zag geen reden tot veroordeling in proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De maandelijkse aflossing op de schuld in guldens blijft rechtsgeldig en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.