ECLI:NL:CRVB:2005:AT4516
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1931 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in juni 2001 een aanvraag in om erkend te worden als burgeroorlogsslachtoffer met toekenning van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn aanvraag op diverse oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiapperiode, waaronder razzia’s, mishandeling en tewerkstelling. Deze aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat hij getroffen was door oorlogsgeweld.
Na een eerdere ongegronde uitspraak van de Raad in 2002, diende eiser in juni 2003 een hernieuwde aanvraag in, waarin hij ook wees op de verkrachting van zijn zus door Japanse soldaten. Deze aanvraag werd opnieuw afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende bevestiging van de genoemde gebeurtenissen. De Raad oordeelde dat de door eiser ingebrachte getuigenverklaringen algemeen waren en niet direct betrekking hadden op de oorlogservaringen.
De Raad benadrukte dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster tot herziening slechts terughoudend wordt getoetst en dat het ontbreken van bevestiging, ondanks de verklaring van eiser over een zwijgafspraak met zijn zus, onvoldoende is om te concluderen dat sprake is van oorlogsgeweld in de zin van de Wet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.