ECLI:NL:CRVB:2005:AT4484
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in augustus 2003 om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde gezondheidsklachten te hebben opgelopen door oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres lichamelijk of psychisch letsel had opgelopen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet. De Raad kon niet vaststellen dat eiseres daadwerkelijk aan oorlogsgeweld was blootgesteld, mede doordat geen bevestiging van internering of andere gebeurtenissen kon worden gevonden in geraadpleegde bronnen.
Een verklaring van de zuster van eiseres over het verblijf in een kamp strookte niet met eerdere verklaringen van de moeder van eiseres. Bovendien kon het verblijf in bepaalde kampen niet onder de Wet worden gebracht vanwege het ontbreken van historische gegevens over de aard van die kampen.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden onvoldoende waren voor erkenning als burgeroorlogsslachtoffer, ondanks de moeilijke oorlogstijd die eiseres had doorgemaakt. Het bestreden besluit bleef daarom in stand en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burgeroorlogsslachtoffer blijft in stand.