ECLI:NL:CRVB:2005:AT4466

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5941 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene bijstandswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn bij bijstandsuitkering

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van het beroepschrift tegen een besluit op bezwaar op grond van de Algemene bijstandswet.

De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat zijn psychische klachten hem verhinderden tijdig beroep in te stellen of tijdig hulp van derden in te roepen. Appellant verscheen niet bij de zitting van de Centrale Raad van Beroep, die het beroep heeft behandeld op 7 maart 2005.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen grond om dit te wijzigen. Er was geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep bleef niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de termijn.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/5941 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2004, reg.nr. 04/995.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellant niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.B.M. Stavenuiter, werkzaam bij de gemeente Ede.
II. MOTIVERING
Appellant heeft bij brief gedateerd 29 april 2004, blijkens het poststempel op de enveloppe ter post bezorgd op 9 mei 2004 en ter griffie van de rechtbank ontvangen op 11 mei 2004, beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van gedaagde ingevolge de Algemene bijstandswet van 18 maart 2004.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens, niet-verschoonbare, overschrijding van de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat appellant in onvoldoende mate heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van zijn psychische klachten buiten staat is geweest tijdig beroep in te stellen dan wel tijdig de hulp van een derde in te roepen.
De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen grond gevonden om het oordeel van de rechtbank onjuist te achten. De Raad onderschrijft de door de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag gelegde overwegingen geheel.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) L. Jörg.