ECLI:NL:CRVB:2005:AT4451
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer en weigering periodieke uitkering
Eiser verzocht op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 om met de vervolgde gelijk te worden gesteld en in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering. Verweerster wees dit verzoek af omdat de psychische klachten van eiser, hoewel verband houdend met het omkomen van zijn vader, niet leidden tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid van verweerster om gelijkstelling toe te kennen discretionair is en terughoudend moet worden getoetst. Verweerster hanteert een beleidsregel dat zonder materieel belang geen aanleiding bestaat tot gelijkstelling. Gezien de medische rapporten en adviezen, waaronder een psychiatrisch rapport dat beperkte beperkingen constateerde, was er geen sprake van klaarblijkelijke hardheid.
De Raad achtte het besluit van verweerster deugdelijk gemotiveerd en zag geen aanleiding tot vernietiging. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de gelijkstelling en periodieke uitkering blijft in stand.