ECLI:NL:CRVB:2005:AT4302
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in juni 2003 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Zij stelde dat zij op verschillende schuiladressen verbleef uit angst voor vervolging en beschietingen had meegemaakt.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat eiseres lichamelijk of psychisch letsel had opgelopen als gevolg van oorlogsgeweld zoals omschreven in artikel 2 van Pro de Wet. De Raad oordeelde dat het verblijf in onderduik geen concrete handeling of maatregel van de bezettende macht betrof en dat er onvoldoende bewijs was voor directe betrokkenheid bij beschietingen. Ook de ingediende getuigenverklaring bood geen concreet bewijs.
Verder stelde eiseres dat verweerster ten onrechte geen medisch onderzoek had laten uitvoeren, maar de Raad stelde dat dit pas aan de orde is indien eerst wordt vastgesteld dat sprake is van onder de Wet vallende gebeurtenissen. Gezien het ontbreken daarvan kon het besluit niet worden vernietigd. De Raad erkende de moeilijke omstandigheden van eiseres, maar benadrukte dat erkenning gebonden is aan de specifieke wettelijke criteria.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.