ECLI:NL:CRVB:2005:AT4149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op medische gronden
Appellante betwistte de intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 16 mei 1995, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens haar hoger zou zijn dan vastgesteld. Na eerdere procedures waarbij de rechtbank het besluit vernietigde en de Raad van Beroep het terugwees, oordeelde de rechtbank in 2002 dat het besluit tot intrekking terecht was gebaseerd op voldoende medische gronden.
In hoger beroep richtte appellante zich uitsluitend op medische grieven, waarbij zij stelde dat het advies van de deskundige psychiater Veldman ten onrechte doorslaggevend was geweest. Zij voerde aan dat de huisarts en behandelend psychiater een andere beoordeling gaven en dat de rol van haar dochters in het gezin ten onrechte werd meegewogen.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling van deskundige Veldman, die haar eerdere advies handhaafde, goed gemotiveerd en inzichtelijk was. Er waren geen nieuwe feiten of aanwijzingen die aanleiding gaven tot twijfel aan dit oordeel. Ook achtte de Raad de bijdrage van de dochters aan het gezinsleven destijds niet doorslaggevend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking van de uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van een toereikende medische grondslag.