ECLI:NL:CRVB:2005:AT4066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkeer intrekking AAW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV terug te komen op de intrekking van haar AAW-uitkering per 1 januari 1992, waarbij zij zich baseerde op een nieuw medisch rapport van november 1997 dat een chronisch benigne pijnsyndroom vaststelde. Dit rapport stelde dat appellante gering belastbaar is en terugkeer in het arbeidsproces niet haalbaar zou zijn.
De Raad overwoog dat een bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot herziening van een eerder besluit inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Het rapport van de reumatoloog werd weliswaar als nieuw beschouwd, maar betrof de situatie in 1997 en niet de situatie op de beslissende datum in 1992. Bovendien berustte het rapport op een nadere beoordeling van reeds bekende feiten.
Daarom kon het rapport niet worden aangemerkt als een nieuw feit of veranderde omstandigheid die herziening rechtvaardigt. De Raad concludeerde dat het UWV niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigde het bestreden besluit. De eerdere intrekking van de uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de intrekking van de AAW-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.