ECLI:NL:CRVB:2005:AT4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering FPU-uitkering na beëindigingsovereenkomst zonder nieuwe feiten
Appellant, voormalig werknemer bij een welzijnsorganisatie en later ambtenaar bij Scoop, sloot op 12 april 2001 een beëindigingsovereenkomst waarin afspraken werden gemaakt over zijn FPU-uitkering vanaf 1 juli 2007. Na een fusie en waardeoverdracht van pensioenrechten werd appellant per brief geïnformeerd over zijn rechten en verzocht hij een aanvulling op zijn FPU-uitkering om deze gelijk te stellen aan zijn oude rechten.
Gedaagde weigerde dit verzoek op 3 december 2002 en handhaafde dit besluit op 25 maart 2003, met als argument dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een afwijking van de beëindigingsovereenkomst rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat er toezeggingen waren gedaan over maatwerkconstructies en reparaties van pensioenrechten. De Raad oordeelde echter dat de beëindigingsovereenkomst de rechtspositie definitief regelde en dat het verzoek van appellant neerkwam op het terugkomen van een onherroepelijk besluit zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad verwees naar artikel 4:6 Awb Pro, dat vereist dat bij een verzoek tot herroeping nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd. De waardeoverdracht van pensioenrechten was geen nieuw feit dat tot een andere uitkomst kon leiden. Ook was er geen algemene aanvulling voor collega’s voorzien. Daarom was de weigering terecht en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de aanvullende FPU-uitkering omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.