ECLI:NL:CRVB:2005:AT4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens blijvende dienstongeschiktheid bij Koninklijke Marine
Appellant was sinds 1988 beroepsmilitair bij de Koninklijke Marine en kampte sinds een dienstongeval in 1989 met toenemende pijnklachten. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder een Militair Geneeskundig Onderzoek (MGO), werd vastgesteld dat appellant blijvend dienstongeschikt was en een gedeeltelijke WAO-uitkering had ontvangen. Op basis hiervan verleende de Staatssecretaris van Defensie op 20 maart 2002 ontslag met ingang van 1 juni 2002.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. In hoger beroep stelde appellant onder meer dat het ontslag onterecht was omdat het eerste MGO uitwees dat hij niet blijvend dienstongeschikt was en dat hij recht had op een dienstverband tot 35-jarige leeftijd. De Raad overwoog dat het beleid van Defensie en de wettelijke bepalingen juist waren toegepast en dat het ontslag terecht was verleend.
De Raad benadrukte dat blijvende dienstongeschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van de WAO-definitie en dat het niet vereist is te wachten op een medische eindtoestand. Ook werd geoordeeld dat de keuze van de ontslaggrond binnen de beleidsvrijheid van Defensie viel en dat cao-bepalingen geen directe aanspraken voor appellant opleverden. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het ontslag wegens blijvende dienstongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.