ECLI:NL:CRVB:2005:AT4014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als oproepkracht bij NS-Reizigers, meldde zich ziek wegens rugklachten na een valpartij. Na medische behandeling en onderzoek stelde een verzekeringsarts vast dat haar rugklachten waren verbeterd en dat zij per 15 maart 2001 hersteld was en niet langer ongeschikt voor haar werk.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit om het ziekengeld te beëindigen, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde na beoordeling van medische rapporten dat haar vermoeidheidsklachten niet leidden tot arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit omtrent de Ziektewet ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de medische rapporten, waaronder die van een onafhankelijke internist-nefroloog, onvoldoende aanwijzingen geven voor voortzetting van het recht op ziekengeld. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.