ECLI:NL:CRVB:2005:AT3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks subjectieve klachten appellant
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar WAO-uitkering te herzien en te verlagen van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55% naar 35-45%. De rechtbank Almelo had dit besluit in stand gelaten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar subjectieve beleving van de klachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de subjectieve klachtenbeleving geen doorslaggevende rol kan spelen bij de beoordeling van aanspraken op grond van de WAO. De medische beoordeling was gebaseerd op richtlijnen en recente rapporten van verzekeringsartsen.
De Raad concludeerde dat er geen reden was het bestreden besluit te vernietigen, mede gelet op artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering ondanks de subjectieve klachten van appellante.