ECLI:NL:CRVB:2005:AT3919

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2432 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
  • J.W. Schuttel
  • O.J.D.M.L. Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Tegen deze beslissing kwam opposant in verzet.

De Raad behandelde het verzet en concludeerde dat de omstandigheid dat opposant had gewacht met betaling van het griffierecht tot de toevoeging was afgegeven, geen reden was om het verzuim te vergoelijken. De Raad oordeelde dat de gemachtigde van opposant had moeten begrijpen dat tijdige betaling verplicht was om ontvankelijk te zijn.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep in stand. De beslissing werd genomen met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet en artikel 8:55 Awb Pro.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

04/2432 AOW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens opposant heeft mr. A.L.C.M. Oomen, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen een tussen partijen gegeven uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, kenmerk AWB 02/3183 AOW, van 31 maart 2004.
Bij uitspraak van 27 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Opposant is bij voornoemde gemachtigde van die uitspraak in verzet gekomen.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 8 februari 2005, waar voor opposant is verschenen zijn gemachtigde mr. A.L.C.M. Oomen, terwijl geopposeerde met voorafgaand bericht niet is verschenen.
II. MOTIVERING
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 27 augustus 2004 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is te achten.
Hetgeen in het verzetschrift en ter zitting is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel geleid dan hetwelk is neergelegd in zijn uitspraak van 27 augustus 2004.
De Raad merkt hierbij op dat, gelet op de duidelijke tekst van de brief van 3 juni 2004, de gemachtigde van opposant had moeten begrijpen dat indien het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken na dagtekening van die brief, te weten 1 juli 2004, op de rekening van de Raad is bijgeschreven dan wel ter griffie is voldaan het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Een indiener van een beroepschrift is ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet (Bw) een griffierecht verschuldigd.
De namens opposant in het verzetschrift naar voren gebrachte omstandigheid dat hij met betaling van het griffierecht heeft gewacht tot de aangevraagde toevoeging zou zijn afgegeven, is geen omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Bw, in samenhang met het vijfde lid van
artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op het zesde lid van laatstgenoemd artikel blijft de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. J.W. Schuttel en mr. O.J.D.M.L. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van H.H.M. Ho als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 april 2005.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) H.H.M. Ho.