ECLI:NL:CRVB:2005:AT3776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schatting arbeidsongeschiktheid en WAZ-uitkering ondanks medische en arbeidskundige bezwaren
Appellant, een zelfstandig binnenschipper, viel op 19 november 1998 uit wegens pijn- en vermoeidheidsklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende hem een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%, ingaand 18 november 1999. Appellant stelde zich op het standpunt dat de medische en arbeidskundige beoordeling onjuist was en voerde bezwaar aan tegen de schatting van het arbeidsongeschiktheidspercentage.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld, mede op basis van informatie van de behandelend neuroloog en huisarts, en dat appellant geen concrete medische gegevens had overgelegd die het oordeel konden weerleggen. Ook de door appellant aangevoerde bezwaren tegen de gehanteerde functies bij de schatting werden door de rechtbank verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en verwierp de herhaalde medische en arbeidskundige bezwaren van appellant wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee bleef het arbeidsongeschiktheidspercentage en de WAZ-uitkering ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35% en handhaaft de WAZ-uitkering.