ECLI:NL:CRVB:2005:AT3664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering en verrekening ZW-uitkering met ANW-uitkering
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), welke werd herzien door gedaagde vanwege een wijziging in zijn inkomen in verband met arbeid vanaf januari 1999. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de Ziektewet-uitkering (ZW) als inkomen uit arbeid en niet als inkomen in verband met arbeid zou moeten worden beschouwd, omdat dit tot ongelijke behandeling zou leiden. De rechtbank had het besluit van gedaagde in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het geschil zich beperkte tot de rechtmatigheid van de verrekening van de ZW-uitkering met de ANW-uitkering. De Raad stelde vast dat de wetgever bij de uitvoering van de ANW expliciet heeft gekozen om ZW-uitkeringen zonder een voortdurend dienstverband als inkomen in verband met arbeid te kwalificeren, wat een andere vrijlatingsregeling tot gevolg heeft dan bij inkomen uit arbeid.
De Raad vond dat deze regeling niet in strijd is met het doel van de ANW om een minimumbescherming te bieden en het behoeftebeginsel centraal te stellen. Het onderscheid tussen inkomen uit en in verband met arbeid is gerechtvaardigd en vormt geen verboden ongelijke behandeling. Daarom is de herziening van de ANW-uitkering en de verrekening van de ZW-uitkering als inkomen in verband met arbeid rechtmatig, en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de ANW-uitkering en de verrekening van de ZW-uitkering als inkomen in verband met arbeid.