ECLI:NL:CRVB:2005:AT3608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAZ-uitkering wegens ontbreken arbeidskundig onderzoek
Appellante ontving sinds 31 augustus 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een WAZ-uitkering, vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Na een vijfdejaarsherbeoordeling per 31 augustus 1999 stelde de verzekeringsarts vast dat haar medische situatie niet was gewijzigd, zonder dat een arbeidskundig onderzoek was uitgevoerd.
Appellante voerde aan dat haar psychische beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld, onderbouwd met een psychiatrisch rapport uit 2001. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde dat het ontbreken van een arbeidskundig onderzoek onrechtmatig was, omdat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid zowel medisch als arbeidskundig moet zijn.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.