ECLI:NL:CRVB:2005:AT3598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van maatmaninkomen directeur-grootaandeelhouder
Appellant, directeur van een touringcarbedrijf, ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Hij voerde bezwaar aan tegen de berekening van het maatmaninkomen, stellende dat het inkomen van een vergelijkbare gezonde directeur als uitgangspunt moest dienen in plaats van zijn feitelijke loon voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelde vast dat het maatmaninkomen in beginsel moet aansluiten bij het laatstelijk verdiende loon en dat het feitelijke loon van f 2.000 per maand geen juiste weerspiegeling was van de verdiencapaciteit vanwege de invloed van appellant als directeur-grootaandeelhouder. Daarom werd het fiscale inkomen van f 45.900 per jaar uit 1998 als maatmaninkomen aangehouden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de rechtbank met haar overwegingen over de resterende verdiencapaciteit buiten de omvang van het geding is getreden. Het bestreden besluit behelst slechts de vaststelling dat de feitelijke inkomsten van appellant niet leiden tot anticumulatie, hetgeen pas bij een inkomen van minimaal f 4.982,60 per maand aan de orde zou zijn. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.