ECLI:NL:CRVB:2005:AT3538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot eervol ontslag wegens ongeschiktheid niet voortkomend uit ziekte of gebrek
Gedaagde, werkzaam als medewerker wijkverzorging, werd bedreigd door een collega met een windbuks, wat leidde tot langdurig verzuim. Medische rapporten stelden vast dat zijn ongeschiktheid voortkomt uit een persoonlijkheidsstoornis en niet uit ziekte of gebrek. De werkgever probeerde herplaatsing via de Rokingroep, maar dit mislukte mede door de opstelling van gedaagde.
De Raad overwoog dat samenwerking onvermijdelijk is in de functie en dat confrontatie met de collega onontkoombaar was. Gedaagde was ongeschikt voor teamwerk maar geschikt voor solistisch werk. De Raad vond dat het langdurige verzuim niet medisch was en dat de werkgever bevoegd was tot eervol ontslag op grond van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder c, van het Ambtenarenreglement Amsterdam.
De eerdere uitspraak van de rechtbank, die het beroep van gedaagde gegrond verklaarde omdat hij niet de kans had gekregen zijn werk te hervatten, werd door de Raad vernietigd. De Raad stelde dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht en dat het ontslag rechtmatig was. Het beroep van gedaagde werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen het eervol ontslag wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.