ECLI:NL:CRVB:2005:AT3517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Invloed van omzetpremies op vaststelling dagloon bij Werkloosheidswet
Appellant, voormalig filiaalleider, kreeg een WW-uitkering berekend op een dagloon exclusief omzetprovisie en omzetprestatiepremie. De rechtbank oordeelde dat deze premies niet als prestatie- en produktiepremies konden worden aangemerkt en daarom buiten beschouwing mochten blijven. De Raad sluit zich aan bij dit oordeel, maar stelt dat niet is onderzocht of deze premies (gedeeltelijk) een vergoeding voor verplicht overwerk zijn, wat het dagloon zou beïnvloeden.
Het hof Arnhem had eerder geoordeeld dat de 21,5 meeruren per maand als overwerk in de zin van de CAO gelden en in opdracht van de werkgever worden gemaakt. De Raad acht dit relevant voor de dagloonberekening. Omdat dit niet is meegenomen in het besluit op bezwaar, is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en vernietigt de Raad het besluit.
De Raad draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het instituut tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit over het dagloon wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen over de premies als vergoeding voor overwerk.