ECLI:NL:CRVB:2005:AT3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde suppletie-uitkering ondanks bezwaar en beroep
Appellante ontving vanaf 1 mei 1998 een suppletie-uitkering die vanaf 1 maart 2000 onterecht werd doorbetaald naast haar salaris en provisie bij een adviesbureau. De uitkeringsinstantie besloot tot terugvordering van het teveel betaalde bedrag over de periode 1 maart 2000 tot 1 december 2000 en later over de periode 1 juni 2001 tot 1 november 2001. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de terugvordering onredelijk was vanwege de trage reactie van de uitvoeringsinstelling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste terugvordering ongegrond en het beroep tegen de tweede niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat de terugvordering terecht is en dat de vermindering van het terug te vorderen bedrag conform vaste jurisprudentie correct is toegepast. De Raad wijst erop dat eventuele aantoonbare belasting- of andere schade door appellante kan worden geclaimd.
Verder overweegt de Raad dat het bezwaar tegen het tweede besluit terecht gegrond is verklaard omdat het terugvorderingsbesluit zonder voorafgaand herzieningsbesluit is genomen. Dit gebrek is niet herstelbaar in bezwaar. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de bestreden uitspraken zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde suppletie-uitkering en wijst het hoger beroep af.