ECLI:NL:CRVB:2005:AT3282
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum periodieke uitkering volgens Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiseres, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, had aanvankelijk een maandelijkse uitkering (NMIK) toegekend gekregen. Na verschillende besluiten omtrent omzetting naar een periodieke uitkering, vroeg zij in 2003 om een periodieke uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1998. Verweerster kende de uitkering toe met ingang van september 2003, de maand van de aanvraag.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum, stellende dat de uitkering eerder had moeten ingaan. De Raad oordeelde dat de wet (artikel 34, eerste lid) dwingendrechtelijk voorschrijft dat de periodieke uitkering ingaat op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend, en dat verweerster hier niet van mag afwijken.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het initiatief tot omzetting bij eiseres ligt. Haar persoonlijke omstandigheden en vermeend gebrek aan juridische kennis konden hieraan niet afdoen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van de periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.