ECLI:NL:CRVB:2005:AT3067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking zetschippers bij zeilcharterbedrijf
Appellant exploiteerde een eenmanszaak met een zeilschip voor recreatief vervoer. Hij maakte gebruik van een pool van zeven zetschippers die hem vervingen bij verhindering. De vraag was of deze zetschippers in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden, wat premieplicht en boetes zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde bevestigend, stellende dat de vergoeding als loon moest worden gezien, persoonlijke dienstverrichting verplicht was en een gezagsverhouding bestond. Appellant betwistte dit in hoger beroep, met name de persoonlijke dienstverrichting en gezagsrelatie.
De Raad stelde vast dat de kwalificatie door partijen niet doorslaggevend is, maar de feiten en omstandigheden bepalend. De zetschippers waren persoonlijk gebonden, vakbekwaam en vielen onder een organisatorisch kader van appellant. Er was een gezagsrelatie door instructies, toezicht en mogelijkheid tot uitsluiting.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde de premiecorrecties en boetenota terecht. De privaatrechtelijke dienstbetrekking was aannemelijk, ondanks de zelfstandige invulling door de zetschippers.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de zetschippers in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden en verklaart de premiecorrecties en boetenota terecht.