ECLI:NL:CRVB:2005:AT3053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen drugshandel
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering van 1995 tot 1999, waarbij appellant later werd veroordeeld voor grootschalige drugshandel. Na zijn detentie werd de bijstand aan appellante voortgezet. Uit onderzoek bleek dat appellant tussen juni en oktober 1999 drugshandel dreef en daarmee inkomsten verwierf die niet werden gemeld.
Gedaagde herzag de bijstand en besloot deze over de genoemde periode in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. Tevens werd een nieuwe aanvraag afgewezen wegens het niet verstrekken van verifieerbare gegevens over inkomsten en besteding.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksgegevens, waaronder een buitenlandse veroordeling en getuigenverklaringen, voldoende bewijs leverden voor de drugshandel en inkomsten. Appellanten konden hun standpunt niet met concrete gegevens onderbouwen.
De Raad bevestigde dat appellanten hun inlichtingenplicht schonden, waardoor de bijstand ten onrechte werd verleend. Er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De aanvraag werd terecht afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of appellanten recht op bijstand hadden.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen drugshandel en wijst de nieuwe aanvraag af.