ECLI:NL:CRVB:2005:AT2969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat oorzaak arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij vaststelling gedifferentieerde WAO-premie
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie. Appellante betoogde dat de WAO-uitkering die aan een ex-werkneemster is toegekend wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschap buiten de premieheffing moest blijven.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens vaste jurisprudentie de oorzaak van arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie. Het IAO-Verdrag nr. 103 waarborgt rechten met betrekking tot zwangerschaps- en bevallingsverlof en bijbehorende uitkeringen, maar de WAO-uitkering kan niet worden beschouwd als een specifieke bescherming voor zwangerschap en moederschap.
Verder oordeelt de Raad dat de Nederlandse wetgever met artikel 29a van de Ziektewet invulling heeft gegeven aan de rechten uit het IAO-Verdrag. Het verweer dat de gedifferentieerde premie als een boete wordt ervaren, wordt verworpen, mede gelet op eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het geen strafrechtelijke sanctie betreft.
De Raad bevestigt de bestreden uitspraak en oordeelt dat het meenemen van de WAO-uitkering in de premieheffing niet in strijd is met het IAO-Verdrag nr. 103. Ook is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering wegens zwangerschap terecht is meegenomen in de gedifferentieerde WAO-premie.