ECLI:NL:CRVB:2005:AT2960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Matiging schadevergoeding wegens vertraging bij bezwaar tegen verplichte ziekenfondsverzekering
Gedaagde, een zelfstandig ondernemer sinds 1996, maakte bezwaar tegen een aanslag waarbij zij voor het jaar 2000 als verplicht ziekenfondsverzekerde werd aangemerkt. Door interne reorganisatie werd het bezwaar vertraagd behandeld. Appellante stelde dat gedaagde onrechtmatig als ziekenfondsverzekerde stond ingeschreven en vorderde een schadevergoeding van f 4.517,76 over de periode 1 januari tot 13 juli 2001.
De rechtbank matigde de schadevergoeding vanwege bijzondere omstandigheden en hanteerde lagere bedragen uit de Regeling voor 2002. Appellante ging hiertegen in hoger beroep, maar de Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat het vorderen van schadevergoeding geen automatisme is en een zorgvuldige belangenafweging vereist.
De Raad achtte aannemelijk dat gedaagde het besluit van 26 december 2000, waarin zij als niet verplicht verzekerd werd aangemerkt, niet had ontvangen. Gezien de verwarring over de afhandeling van het bezwaar en de onduidelijkheid over het inkomen, was matiging van de schadevergoeding terecht. De Raad bevestigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellante een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de matiging van de schadevergoeding en bepaalt dat appellante een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.