ECLI:NL:CRVB:2005:AT2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding en boete wegens opzet/grove schuld
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen correctienota’s en boetenota’s over de jaren 1997 tot en met 2001. Het bezwaar tegen de correctienota’s werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet naleven van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken, zonder dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij door onjuiste informatie van gedaagde op het verkeerde been was gezet. Tevens was vastgesteld dat appellante niet had voldaan aan de verplichting tot loonopgave, terwijl zij zich bewust had moeten zijn van deze verplichting en de daaruit voortvloeiende premieplicht.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat sprake is van opzet of grove schuld en bevestigt dat de opgelegde boete van 25% conform de regelgeving terecht is. De Raad wijst erop dat de wettelijke voorschriften omtrent bezwaar van openbare orde zijn en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de boete van 25% wegens opzet/grove schuld is bevestigd.