ECLI:NL:CRVB:2005:AT2948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht vennoot-directeur ondanks aandelenoverdracht en boetenota’s
Appellante, een transportbedrijf, voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die haar verzekeringsplicht voor haar vennoot-directeur bevestigde. De verzekeringsplicht was vastgesteld per 29 november 1995, toen de directeur via zijn beheermaatschappij 35% van de aandelen bezat.
De Raad oordeelde dat het besluit van 6 december 1996, waarin het bezwaar van appellante tegen de verzekeringsplicht ongegrond werd verklaard, rechtens onaantastbaar was omdat er geen rechtsmiddel tegen was ingesteld. Een relevante wijziging van omstandigheden die de verzekeringsplicht beëindigde, vond pas plaats bij de aandelenoverdracht per 29 december 1998. De intentie-overeenkomst van 1 december 1998 en het argument dat de directeur als zelfstandige moest worden beschouwd, konden dit oordeel niet veranderen.
Verder verwierp de Raad het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat en geen toezeggingen waren gedaan die het vertrouwen van appellante konden wekken. Ook de boetenota’s werden bevestigd omdat appellante op de hoogte was van haar premieplicht. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van de vennoot-directeur blijft gelden tot 29 december 1998 en de opgelegde correcties en boetenota’s worden bevestigd.