ECLI:NL:CRVB:2005:AT2928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt vaststelling dagloon voor WW-uitkering ondanks salarisverhoging in kader afscheidstraject
De zaak betreft een geschil over de hoogte van het dagloon waarop de WW-uitkering van gedaagde wordt berekend. Gedaagde was tot 1 januari 2002 werkzaam bij Axent/Aegon Sparen N.V. en ontving een WW-uitkering vanaf die datum. Appellant stelde het dagloon vast op basis van de feitelijke verdiensten over de voorafgaande 52 weken, inclusief vakantietoeslag en kerstgratificatie.
Gedaagde betwistte de vaststelling en voerde aan dat een salarisverhoging per 1 oktober 2001 en een onkostenvergoeding niet waren meegenomen. De rechtbank oordeelde dat de salarisverhoging wel moest worden meegenomen, omdat deze geen beëindigingsvergoeding was, maar een vast salaris dat voortvloeide uit onderhandelingen vanwege dalende provisie-inkomsten.
De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de salarisverhoging onderdeel was van een afscheidstraject en een financiële tegemoetkoming in verband met het einde van de dienstbetrekking. De Raad vond dat deze verhoging niet als rechtens geldend loon kon worden beschouwd en dat het dagloon terecht was vastgesteld op basis van de feitelijke verdiensten.
Daarnaast verwierp de Raad het verweer over onkostenvergoedingen en winstgratificaties, mede omdat deze laat in de procedure waren ingebracht en onvoldoende waren onderbouwd. De Raad bevestigde daarom het besluit van appellant en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vaststelling van het dagloon zonder de salarisverhoging uit het afscheidstraject mee te nemen.