ECLI:NL:CRVB:2005:AT2888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies bij WAO-uitkering
Appellant betwistte de besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 25 tot 35%. Hij voerde aan dat hij vanwege zijn psychische aandoeningen niet in staat was de functies te vervullen die bij de beoordeling waren betrokken, gesteund door verklaringen van zijn behandelend psychiater.
De rechtbank liet een onafhankelijk deskundige, neuropsychiater P.L. The, onderzoek doen. Deze concludeerde dat appellant weliswaar psychische beperkingen heeft, maar toch in staat is de betreffende functies te vervullen. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het oordeel van de onafhankelijke deskundige werd gevolgd en de zienswijze van zijn behandelend psychiater werd gepasseerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Die bijzondere omstandigheden waren hier niet aanwezig.
De Raad stelde vast dat de deskundige een zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief overleg met de behandelend psychiater en bestudering van alle medische stukken. De conclusies waren helder en goed gemotiveerd. De tegenstrijdige opvattingen van de behandelend psychiater werden niet overtuigend onderbouwd met objectieve medische gegevens. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage worden bevestigd.