ECLI:NL:CRVB:2005:AT2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking interim-manager volgens sociale werknemersverzekeringswetten
Appellante stelde dat de werkzaamheden van de interim-manager op basis van een overeenkomst van opdracht werden verricht en dat het Convenant tussen de bedrijfsvereniging en de raad voor interim-management toepassing vond, waardoor geen sprake zou zijn van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad overwoog dat eerst moet worden getoetst aan artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten of er sprake is van een dienstbetrekking. Pas daarna kan het Convenant en artikel 4 en Pro 5 worden betrokken. De Raad concludeerde dat de feiten en omstandigheden, zoals de verplichting tot persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en het bestaan van een gezagsverhouding, duidelijk wezen op een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De gezagsverhouding bleek uit het feit dat betrokkene zijn werkzaamheden in overleg met het bestuur verrichtte, aanbevelingen na goedkeuring werden uitgevoerd, niet-uitvoering tot ontslag kon leiden, en betrokkene als directeur verantwoording aflegde aan het bestuur. De Raad verwierp het beroep op motiveringsgebrek en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Convenant niet meer aan de orde is indien artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten van toepassing is. De uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de interim-manager een privaatrechtelijke dienstbetrekking had en wijst het beroep van appellante af.