ECLI:NL:CRVB:2005:AT2878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet tijdig melden loonsomoverschrijding volgens CSV en LAB
Appellant stelde beroep in tegen een boetenota van het UWV wegens het niet tijdig melden van een relevante overschrijding van de loonsom op de voorschotnota over 2001. De rechtbank had geoordeeld dat appellant de meldingsplicht niet was nagekomen en dat de boete terecht was opgelegd. Appellant voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat zijn accountant zijn verplichtingen correct zou nakomen.
De Raad overwoog dat op grond van het overgangsrecht het toepasselijke boetebesluit het Besluit toepassing bestuurlijke boeten Coördinatiewet Sociale Verzekering is. Volgens artikel 6 van Pro dat besluit wordt het handelen van een derde, zoals een accountant, in principe aan de werkgever toegerekend, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij redelijkerwijs mocht vertrouwen op een behoorlijke taakvervulling door die derde.
Appellant had niet voldoende aangetoond dat de gedragingen van de accountant hem niet konden worden toegerekend. De boete werd daarom vastgesteld op 1% van de alsnog verschuldigde premie (€ 136,59), lager dan de oorspronkelijke boete. De Raad vernietigde het eerdere besluit en legde deze lagere boete op. Tevens werden de proceskosten ten laste van het UWV gebracht en griffierecht vergoed aan appellant.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 136,59 en het eerdere besluit wordt vernietigd.