ECLI:NL:CRVB:2005:AT2858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellante ontvangt sinds 1 augustus 1996 een ouderdomspensioen op grond van de AOW voor een alleenstaande. Naar aanleiding van informatie over haar samenwoning met een partner heeft de Sociale verzekeringsbank een onderzoek ingesteld, waaronder een huisbezoek en een verhoor. Op basis hiervan werd het recht op pensioen herzien naar de norm voor samenwonenden en werd een bedrag van te veel betaald pensioen teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot terugvordering, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat zij en haar partner een zakelijke relatie hadden en geen gezamenlijke huishouding voerden. De Raad oordeelde echter dat op grond van objectieve criteria, zoals gezamenlijke woonruimte, gebruik van voorzieningen en gezamenlijke activiteiten, sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 1 augustus 1996.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van de gezamenlijke huishouding moet plaatsvinden aan de hand van de materiële bepalingen van de AOW die golden in de betreffende periode, waarbij de definitie per 2 januari 1998 is gewijzigd. De herziening en terugvordering zijn daarmee terecht en de Raad zag geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, inclusief de in stand gelaten rechtsgevolgen.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen en terugvordering van te veel betaald pensioen vanaf 1 augustus 1996 worden bevestigd.