ECLI:NL:CRVB:2005:AT2610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar WAO-uitkering, waarbij zij stelde dat haar psychische beperkingen zwaarder waren dan door het UWV aangenomen. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, stellende dat appellante haar werk als inpakster kon verrichten en ook andere gangbare arbeid met minder dan 15% loonverlies.
In hoger beroep heeft de Raad het medisch dossier en de verklaringen van de behandelend psycholoog en huisarts bestudeerd. Hoewel er aanwijzingen zijn voor verergering van klachten na de peildatum, was de uitval in het werk vooral toe te schrijven aan oogklachten. De Raad oordeelt dat de psychische beperkingen niet onderschat zijn en dat de bezwaarverzekeringsartsen voldoende rekening hebben gehouden met de klachten.
De Raad ziet geen noodzaak tot aanvullend medisch onderzoek en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Een latere verslechtering van de gezondheidstoestand kan niet in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de situatie per 17 december 2001.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen.