ECLI:NL:CRVB:2005:AT2407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanfunctie
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, viel in december 1995 uit wegens nek- en rugklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na herzieningen en medische en arbeidskundige onderzoeken werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor de maatmanfunctie, een functie die overwegend zittend werk omvatte.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO, omdat appellant geschikt was voor deze functie en soortgelijke arbeid op de arbeidsmarkt beschikbaar was. De medische beperkingen, waaronder enkelproblemen en jicht, werden niet als zodanig ernstig beoordeeld dat ze het werken in de maatmanfunctie onmogelijk maakten.
Appellant voerde aan dat de maatmanfunctie te specifiek was en dat hij nog steeds klachten had, maar deze argumenten werden niet voldoende onderbouwd geacht. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af, waarmee de afwijzing van de WAO-uitkering standhield.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geschikt was voor de maatmanfunctie en wijst het beroep tegen de afwijzing van de WAO-uitkering af.