ECLI:NL:CRVB:2005:AT2167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd verlaagd van 80-100% naar 35-45%, en later naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat het bestreden besluit van 21 februari 2002 was ingetrokken door het nadere besluit van 8 april 2004, waardoor het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad toetste het nadere besluit inhoudelijk en vond geen reden om de bevindingen van de door de bezwaarverzekeringsarts ingeschakelde psychiater te betwijfelen.
De psychiater concludeerde dat appellant leed aan een aanpassingsstoornis met emotionele kenmerken, maar geen psychiatrische stoornis in engere zin. De Raad vond het onderzoek zorgvuldig en de conclusie verenigbaar met de medische informatie. Er was geen aanleiding tot benoeming van een deskundige. Het beroep tegen het nadere besluit werd ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht was tegen het ingetrokken besluit en ongegrond voor het nadere besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard voor het ingetrokken besluit en ongegrond voor het nadere besluit van 8 april 2004.