ECLI:NL:CRVB:2005:AT2044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurders voor premieschulden door kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellanten waren van 10 juni 1996 tot 3 juli 1996 bestuurders van een vennootschap die failliet ging. Gedaagde stelde hen hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het niet betalen van de premies het gevolg was van aan appellanten te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Appellanten voerden onder meer aan dat zij de intentie hadden de premies te voldoen en dat betalingen aan personeel en hun vennootschappen geen onverplicht karakter hadden. Tevens betwistten zij dat er voldoende middelen waren om bestaande premieschulden te voldoen.
De Raad oordeelt dat gedaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het niet betalen van de premies het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de bestuursperiode van appellanten. De Raad stelt vast dat appellanten na het staken van de bedrijfsactiviteiten de beschikbare gelden niet in de juiste volgorde van preferentie hebben besteed, waardoor preferente schuldeisers zoals gedaagde zijn benadeeld. De stelling van appellanten dat hun handelen deel uitmaakte van een reddingsplan wordt niet ondersteund door de feiten.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de beroepen van appellanten af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkheid van appellanten voor de premieschulden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.