ECLI:NL:CRVB:2005:AT1907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank om haar geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na een eerdere gegrondverklaring van haar bezwaar door de rechtbank wegens onvoldoende psychisch onderzoek, heeft gedaagde een nieuw besluit genomen na aanvullend onderzoek.
In het hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep vastgesteld dat zowel het medisch als het arbeidskundig onderzoek adequaat en toereikend waren. De medische onderzoeken toonden forse beperkingen aan, met name bij bovenhands werken, hand- en vingergebruik, tillen, duwen, trekken en dragen. Appellante was geschikt bevonden voor arm- en schoudersparend werk tot twintig uur per week.
De arbeidskundige beoordeling selecteerde passende functies zoals telefoniste/receptioniste, secretaresse verpleegafdeling, chauffeur taxibusje en bestelautochauffeur. Ondanks enkele asterisken bij de functie chauffeur taxibusje, achtte de verzekeringsarts deze passend. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit rust op een deugdelijke grondslag en bevestigde het besluit om de WAO-uitkering te weigeren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.