ECLI:NL:CRVB:2005:AT1842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering
Appellant, sinds 1995 arbeidsongeschikt verklaard wegens depressieve klachten, werd in 2002 door het UWV herbeoordeeld en kreeg zijn WAO-uitkering verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% op basis van een gewijzigde medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat de bezwaarverzekeringsarts geen informatie had opgevraagd bij de behandelend neuroloog ondanks klachten van appellant over duizeligheid en evenwichtsproblemen. Ook ontbrak het aan volledige actuele loongegevens, waardoor de vergelijking van verdiencapaciteit niet betrouwbaar was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij nog volledig arbeidsongeschikt was. De Raad constateerde dat het UWV de eerder geconstateerde onzorgvuldigheden inmiddels deels had hersteld door alsnog informatie op te vragen bij de neuroloog. Echter, het onderzoek naar de invloed van de door appellant gevolgde opleiding op zijn arbeidsongeschiktheid was te summier en onvoldoende onderbouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met een deugdelijke motivering en een uitgebreider onderzoek, met bijzondere aandacht voor de combinatie van de functies en de opleiding van appellant. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.