ECLI:NL:CRVB:2005:AT1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent
Appellant, werkzaam als voltijds systeembeheerder, viel op 13 december 1999 uit wegens psychische klachten. Gedaagde weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was. Na bezwaar werd de uitkering met ingang van 11 december 2000 toegekend, berekend op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege schending van de hoorplicht, omdat appellant niet tijdig reageerde op de uitnodiging voor een hoorzitting. De Centrale Raad van Beroep bevestigt echter dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunt te uiten en dat het niet reageren binnen een gestelde termijn geen wettelijke voorwaarde is om het recht op hoorzitting te ontzeggen.
De Raad onderschrijft het oordeel dat het belastbaarheidspatroon van 11 december 2000 juist is vastgesteld en verwerpt de grief dat de geduide functies de belastbaarheid overschrijden. Medische rapportages geven aan dat appellant op medisch-psychiatrische gronden in staat is tot het verrichten van werkzaamheden, en de toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 10 september 2001 staat los van de periode in geschil.
Gelet op artikel 8:69 van Pro de Awb kan het bestreden besluit in stand blijven en is bevestiging van de toekenning van de WAO-uitkering op grond van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid passend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid aan appellant.