ECLI:NL:CRVB:2005:AT1102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en juistheid belastbaarheidsoordeel
Appellant, werkzaam als lasser, viel uit wegens nek- en schouderklachten. Na de wachttijd werd hij ongeschikt geacht voor zijn oorspronkelijke werk, maar wel belastbaar voor geselecteerde functies, wat een arbeidsongeschiktheid van 35-45% opleverde. Gedaagde kende een WAO-uitkering toe op basis van deze mate van arbeidsongeschiktheid en vorderde terugbetaling van een voorschot dat was gebaseerd op een hogere mate van invaliditeit.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de terugvordering ongegrond. De Raad bevestigt dit oordeel, ook na beoordeling van de aanvullende informatie over arbeidskundige aspecten en medische gegevens. Er is geen sprake van onaanvaardbare gevolgen door de terugvordering, ondanks dat appellant het teveel betaalde bedrag aan levensonderhoud heeft besteed.
De Raad concludeert dat het oordeel over de belastbaarheid en de terugvordering in rechte stand kan houden. Het hoger beroep bevat geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel leiden. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd en blijft de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en handhaaft de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering.