ECLI:NL:CRVB:2005:AT0970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheid voor koerierswerk niet langer aanwezig na psychische klachten
Appellant werd op 6 juni 2001 wegens psychische klachten ongeschikt verklaard voor zijn werk als koerier en ontving ziekengeld. Hij combineerde dit werk met een administratieve dagbaan die per 1 december 2001 werd beëindigd. Na een opname in een herstellingsoord en diverse medische onderzoeken stelde de verzekeringsarts op 19 februari 2002 vast dat appellant geen beperkingen meer had die hem ongeschikt maakten voor het koerierswerk.
Op basis hiervan werd appellant per 25 februari 2002 hersteld verklaard en werd het ziekengeld stopgezet. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde eveneens dat zijn vermoeidheidsklachten hem niet belemmerden in het koerierswerk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad acht de medische rapporten zorgvuldig en verantwoord en wijst erop dat de administratieve baan van appellant inmiddels was beëindigd, waardoor eventuele belastende factoren uit die functie niet relevant zijn. Rapporten over mogelijke beperkingen op de reguliere arbeidsmarkt zijn niet van toepassing op de datum van het geschil. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet langer ongeschikt is voor zijn koerierswerk en beëindigt het ziekengeld.